Hoofdmenu
Marnegebied -
De kerk van Saaxumhuizen is een voorbeeld van zo'n Romanogotische kerk. Helaas is er niet veel meer van de oorspronkelijke architectuur herkenbaar, wel de vorm. Op de tweede verdieping in de toren zijn de oude bakstenen muren nog zichtbaar. Helaas is de buitenkant van de kerk aan het begin van deze eeuw voorzien van een stuklaag, waardoor de oorspronkelijke bakstenen en de zg. kloostermoppen niet meer zichtbaar zijn. Typisch voor het noorden van Groningen is deze eenbeukige kerk met een recht koor. De volledige rechthoekvorm zoals hier komt alleen in baksteen voor. De bakstenen muren zijn 93 cm dik, eveneens een Romanogotisch kenmerk (muurdikte tussen 70 en 120 cm). Het schip (eenbeukig) bestaat uit 3 traveeën, d.w.z. uit 3 steunen waarop het gewelf rust. Vanuit de rechthoek werd de indeling in traveeën berekend volgens de stelling van Pythagoras.
Enkele oude ramen zijn nog vaag te onderscheiden in de noordmuur en achter de kansel. De toren stond vroeger los van de kerk in de noordwesthoek en had een zadeldak. Deze toren is in verval geraakt en in 1848 heeft men er de huidige toren aan vastgebouwd. Vanaf 1846 tot 1851 is de kerk zowel in-
In het atelier van Anthonie Wallis in Groningen zijn deze houtsnijwerken vervaardigd. Het wapen van Alderda van Dijksterhuis is boven de herenbank te zien. De herenbank is verder versierd met een afbeelding van het laatste avondmaal dat in 1976 is ontvreemd. De vazen links en rechts van de kansel geven een voorstelling uit evangelie van Matheus en Marcus. Bij de vernieuwingen van 1846 werd het vlakke balkenplafond vervangen door een tongewelf in verband met de plaatsing van het orgel. Het orgel is gebouwd door de orgelmakers van Oeckelen.
Petrus van Oeckelen kwam in 1837 naar Groningen en heeft het orgel tussen 1848 en 1851 gebouwd. Er is sindsdien weinig aan het orgel veranderd. De kosten voor het orgel bedroegen in die tijd fl. 3.360.-
Tot aan 1918 is het orgel door de van Oeckelens voor fl. 14.-
In 1858 kwam de toren gereed die in 1916 voorzien werd van een uurwerk van de uurwerkmaker J. Veenhof uit Groningen. Het uurwerk werd in 1982 in hun vrije tijd geheel gerestaureerd door de heren Ritsema en Kraaij, respectievelijk uurwerk-
De ruwe volkszeden verdwenen niet met de Hervorming. Nog ver na 1600 trok de kerk van leer tegen zuip-
Op kruisverheffinsdag (14 september) preekte de pastoor Gods woord aan 'sijn bueren' en waarschuwde hen meteen niet veur het einde der preek naar buiten te gaan. Toen een der toehoorders dit toch deed en de geestelijke hem vroeg, of hij niet had gehoord wat hij had gezegd, antwoorde de man in kwestie brutaalweg dat hij de kerk uit wilde om eens te 'schiten', en of de pastoor misschien mee wilde? De boete was niet mals en werd door de wereldlijke rechter opgelegd, een bewijs dat hier een zaak van de openbare orde en niet de kerkrechtelijke betrof.