Alles van het MARNEGEBIED


Ga naar de inhoudsopgave

Hoofdmenu:


Rampen historische

Historie - 1

Marnegebied - Historische rampen in het Marnegebied en omgeving

838


p 26 december 838 loopt bij een stormvloed een groot deel van Noord-West Nederland onder.
Gebrek aan goede dijken was een belangrijke oorzaak van deze watersnoodramp.
De stormvloed wordt genoemd in een geschrift van een Franse bisschop.
Bij een zware stormvloed komen bijna alle kuststreken van de Lage landen onder water te staan.

1170
Bij de stormvloed van 1170 werden grote delen van Noord-Nederland en het Zuiderzeegebied overstroomd. Deze overstroming markeerde een begin van het vergroten van de Almere en het openen naar de Noordzee, zodat de Zuiderzee en de Waddenzee uiteindelijk konden ontstaan. Twee factoren waren bij deze zeevergroting van belang, de eerste was de zeespiegelstijging, de tweede was de aanwezigheid van grote veengebieden. Door de grote aanvallen van de zee werd het veen afgeslagen en verdween het in de golven.

1196
Bij de stormvloed van 1196 (de Sint-Nicolaasvloed) werden, net als bij de stormvloed van 1170, grote delen van Noord-Nederland en het Zuiderzeegebied overstroomd. Waar de stormvloed van 1170 een begin maakte met het wegslaan van grote veengebieden, verergerde deze storm deze afslag. Het resultaat van deze storm was een afslag van de veengebieden in West-Friesland en een vergroting van de Waddenzee en de Almere of de Zuiderzee.

1214
Bij de Stormvloed van 1214 werd heel Nederland getroffen, niet alleen overstroomden grote delen van Zuid-Nederland, maar ook werd het noorden van Nederland opnieuw getroffen. Dit resulteerde in een afslag van veengebieden in heel Nederland.

1219
Bij de stormvloed van 1219 werden, net als bij de stormvloed van 1170, de stormvloed van 1196 en de stormvloed van 1214, grote delen van Noord-Nederland en het Zuiderzeegebied overstroomd. Er waren dus vier grote overstromingen in 50 jaar. Dit had enorme gevolgen voor het ontstaan van de twee grote binnenzeeŽn in Nederland, de Zuiderzee en de Waddenzee.

1277
Eerste Kerstdag. Noord-Nederland wordt getroffen door een grote overstroming. De zee dringt diep het land in en Nederland raakt hierdoor grote gebieden kwijt.

1280
Bij de watersnoodramp van 1280 werden grote delen van Noord-Nederland overstroomd. Dit resulteerde in het ontstaan van de Lauwerszee. De Lauwerszee is een voormalige (baai) in het noorden van Nederland. Het kreeg de naam van de Lauwers, de grensrivier tussen de provincies Groningen en Friesland. De Lauwerszee is dus ontstaan tijdens de watersnoodramp van 1280.

1287
De Watersnoodramp van 1287, ook St. Luciavloed genaamd, vond plaats op 14 december. Het treft vooral het noorden van Nederland, met name Friesland. De Griend verdween bijna onder de golven. Het precieze aantal slachtoffers is onduidelijk, schattingen lopen uiteen van 50.000 tot 80.000.

1566
Hongersnood in geheel Nederland.

1570
Allerheiligenvloed op 1 november 1570. Talloze dijken aan de Hollandse kusten begaven het, waardoor zich enorme overstromingen voordeden en een reusachtige ravage werd aangericht. Het totale aantal doden, het buitenland meegerekend, moet boven de 20.000 hebben gelegen, waarvan zeker minstens 3000 doden in Friesland maar precieze gegevens zijn niet bekend. Tienduizenden mensen werden dakloos, veestapels werden verzwolgen en wintervoorraden vernietigd.

1675
Tweede Allerheiligenvloed op 4 en 5 november 1675. Deze vond voornamelijk plaats in noord Nederland (Noord-Holland, Friesland, Groningen).

1686
St. Maartensvloed op 12 en 13 november 1686. In de nacht van 12 op 13 november 1686 werd het Waddengebied getroffen door een grote overstroming. De wind stond aanvankelijk zuidwest, zodat watermassa's vanuit het zuiden van de Noordzee werden opgestuwd in de richting van het Waddengebied. Toen de wind dan ook naar het noordwesten draaide werd het water naar de noordkust van Groningen en Friesland gedreven. De sterke wind stuwde het zeewater vooral op in de Lauwerszee en in de Dollard. Met de noordwesterstorm stroomt het water de provincie Groningen binnen. Noord Groningen en het Oldambt stroomden onder, maar ook andere delen van de provincie werden getroffen. De gevolgen waren rampzalig, vooral in het buitendijkse gebied. In totaal kwamen er in de provincie Groningen 1585 mensen om het leven, werden er 1643 paarden en 8852 koeien gedood en 650 huizen verwoest.

1703
De watersnoodramp 1703 was een gevolg van een storm die tussen 7 en 9 december 1703 passeerde. De ramp had duizenden slachtoffers tot gevolg. Storm in west Europa, stormwinden en overstromingen in Wales, Zuid-Engeland, Nederland (met name Friesland, Groningen & Zeeland) en Noord-Duitsland.

1714
Op 26 en 27 februari, en op 6 en 7 maart 1714 vindt er een watersnood plaats in Groningen

1717
De stormvloed die optrad in de nacht van 24 op 25 december 1717 - naar deze datum ook wel Kerstvloed genoemd - heeft grote gevolgen gehad voor de getroffen gebieden aan de Noordzeekust. De Kerstvloed was het gevolg van een noordwesterstorm, die in de kerstnacht het kustgebied van Nederland, Duitsland en ScandinaviŽ trof. In dit gebied kwamen ca. 14.000 mensen om het leven. Het was de grootste vloed sinds bijna vier eeuwen en de laatste grote overstroming in Noord Nederland. Op het noordelijk platteland stond het water een paar meter en in de stad Groningen enkele voeten hoog. In de provincie Groningen worden dorpen die direct achter de zeedijk liggen bijna volledig weggevaagd. In totaal maakte de overstroming in Groningen 2.276 dodelijke slachtoffers. Daarnaast verdronken 11.457 koeien, 3.071 paarden, 1.272 varkens en 20.999 schapen. Er werden 1455 huizen vernield of ernstig beschadigd. Het water stroomde ook Amsterdam en Haarlem binnen, evenals in de gebieden rond Dokkum en Stavoren. In Friesland zouden ruim 150 mensen overlijden. Ook grote delen van Noord-Holland en gebieden bij Zwolle en Kampen kwamen onder water te staan, maar hier ontstond bijna uitsluitend materiŽle schade. In Vlieland stroomde de zee over de duinen waardoor het al eerder beschadigde dorp West-Vlieland bijna geheel verloren ging. De lokale gemeenschapen kregen te maken met bevolkingsverlies, economische neergang en armoede. Geen enkel kustgebied tussen Nederland en Denemarken bleef hiervan verschoond.

1772 - 1773
Economische crisis. Terugval in visserij en nijverheid, hoge werkloosheid, ontvolking van steden.

1825
Overstroming (storm) in Friesland, Groningen, Noord-Holland (o.a. bezwijken van de dijk bij Durgerdam), Overijssel, Gelderland, Drente. Tussen 3 en 5 februari 1825 werden de provincies Groningen, Friesland en Overijssel getroffen door ernstige dijkdoorbraken en overstromingen waardoor meer dan 800 mensen het leven verloren.

1831 - 1833
Cholera epidemie in geheel Nederland

1845 - 1848
Hongersnood in geheel Nederland, waarschijnlijk ten gevolge van aardappelziekte en runderpest.

1848 - 1849
Cholera epidemie in grote delen van Nederland, met name in Groningen, Rotterdam, Gouda, Leeuwarden, Utrecht. Ongeveer 20.000 doden (op een bevolking van 2Ĺ miljoen).

1853 - 1855
Cholera epidemie met name in Groningen, Rotterdam, Amsterdam.

1866
Cholera epidemie in geheel Nederland en met name in Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht, Leiden, 's-Gravenhage, Utrecht, Friesland, Groningen, Gelderland.

1870 - 1873
Pokkenepidemie In Nederland stierven zo'n 20.000 mensen, de meeste in 1871 (15.787 slachtoffers, voornamelijk kinderen). Omvang mede veroorzaakt door de Frans-Pruisische oorlog.

1883
Storm op 5 en 6 maart 1883 te Paesens / Moddergat. Vergaan van vissersvloot (83 mensen).

1887 - 1910
Tuberculose epidemie in geheel Nederland.

1918
Spaanse griepepidemie. In Nederland stierven binnen enkele maanden 27.000 mensen aan de Spaanse griep. De meeste in de maanden oktober (5506), november (16.960) en december (5321) van 1918. Hele gezinnen stierven. In de zomer van 1918 was een eerste golfje van Spaanse griep ons land overspoeld, maar het aantal slachtoffers bleef toen beperkt. Diegenen die in de eerste golf de griep hadden gehad, kregen het in het najaar niet opnieuw. In het laatste kwartaal waren de provincies Drenthe, Groningen, Drenthe en Overijssel relatief het zwaarst getroffen, met sterfte cijfers van 8,5, 5,9 en 5,2 doden per 1000 inwoners. Zuid-Holland had met 3,2 het laagste sterftecijfer van de Spaanse griep. Het cijfer voor geheel Nederland was 4,1. In totaal hebben een half miljard mensen de ziekte opgelopen en stierven tussen de 20 en 40 miljoen mensen aan deze virusziekte.

Watersnood in het Marnegebied

Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu